Bent u van (str)Aat? In Lessin' zit het erin!

De figuurlijke betekenis die men vaak geeft aan "van straat zijn", heeft niets met dit artikel te maken. Hopelijk vergeeft u me de literaire vrijheid. Ook nu weer heeft ieder woord van de titel van dit artikel zijn betekenis. Als het niet de figuurlijke is, moet het haast de letterlijke zijn.


Als u het uithoudt tot het einde, komt u er vanzelf achter...


Installatie om boten te laden

Ath is bij veel Vlamingen enkel bekend voor het nabijgelegen Pairi Daiza van Marc Coucke (die trouwens "maar" 30% van de aandelen heeft). Vervlaamste namen voor Waalse steden vind ik trouwens verfoeilijk en vice versa ook.

Waarheen loopt die straat dan?

Net over de taalgrens, op een steenworp van Geraardsbergen naar Ath en Lessines. Daar waar de Vlaamse Ardennen overgaan in "Pays des Collines", midden in WAPI (Wallonnie Picarde). Wat mij betreft één van de meest onderschatte, mooiste en meest interessante streken van het land!


De geschiedenis van de steenkoolbekkens in Vlaanderen en Wallonië is gemeenzaam bekend. Verschillende sites zijn gerestaureerd en toegankelijk voor het publiek. Op deze site vindt u verschillende artikels daarover.


De verwijzing naar de straat is eigenlijk onvolledig. Want in de streek van Ath en Lessines (en ook in Soignies) wordt al eeuwenlang een grondstof gewonnen die niet enkel in de wegenbouw gebruikt wordt maar ook vele toepassingen kent in de particuliere huizenbouw namelijk porfier of "blauwe steen".

Meer dan 100j was deze streek de bakermat van de Belgische blauwe steen

De kans is zeer reëel dat de boordstenen in uw straat, de terrastegels achter uw huis of de richel onder uw raam afkomstig is uit één van de steengroeven in Henegouwen. Er zijn nog steeds enkele winningen open, maar zeker wij Vlamingen zijn heel weinig bekend met deze industrie en de gevolgen ervan voor streek en natuur.


De regio heeft ook nog wel wat andere troeven. Daar ontdekt u alles over hieronder.

Château d'Attre

Kastelen zijn er veel, daar is de sectie www.topbestemmingbelgie.be/castlewalk het bewijs van, maar er zijn er niet zo heel veel die u kan bezoeken. Net voor onze immersie in het verleden van de blauwe steen, maken we nog een stop in Attre.


GPS: Avenue du château 8, 7941 Brugelette of klik hier


In de schaduw van Pairi Daiza staat dit neoclassistische 18de eeuwse kasteel. Het unieke is dat het zijn rococo interieurs heeft weten te bewaren. De Dender doorsnijdt het park van 17ha waar u o.a. ook een kunstmatige rots vindt (naar analogie met le Trianon in Versailles) met uitkijkplatform en een vervallen uitkijktoren. Alleen diende deze rots voor de jacht.... Juist...


Het kasteel wordt vandaag nog steeds bewoond door nazaten van François- Philippe Franeau d’Hyon, graaf van Gomegnies. Ook Aartshertogin Marie Christine van Oostenrijk verbleef hier regelmatig voor jachtpartijen.

Iedere zondag zijn het kasteel en park toegankelijk. In april 2021 bedraagt de inkom 8€ per volwassene. Zeker bij mooi weer een stop meer dan waard! Alle info op hun website.

Carrière de la Dendre en du Congo - musée de la Pierre

Amper 5km verder in het gehucht Maffle liggen de overblijfselen van een voormalige steengroeve. Ze werd reeds in de 18de eeuw gesticht en is verlaten sinds 1951.

GPS: Chaussée de Mons 419, 7810 Ath of klik hier. Let goed op want u moet een kleine afslag nemen, vervolgens voor de parking van een winkel doorrijden en dan de weg volgen naar achteren (bewegwijzerd).


Er is een klein maar boeiend museum gevestigd in de voormalige burelen en het huis van de eigenaar, Jean-Baptiste Durieux. De groeve zelf is vol water gelopen en wordt gebruikt door duikers. Er is een bewegwijzerd wandelpad van 3.5km dat u langs de wegeltjes leidt waar de rotsblokken gezaagd en bewerkt werden.


Op een schilderij in het museumpje ziet u duidelijk hoe de rotsblokken via een primitieve weg naar boven werden gebracht.

Aan de rand van de steengroeve kunt u uw wagen gratis parkeren. De aandacht wordt getrokken door twee kleine gebouwtjes. Die dienden vroeger als kalkoven waarin kalksteen werd verbrand om zo gebluste kalk te bekomen.

Werkomstandigheden van de steenhouwers

In het museum krijgt u een goede indruk van het harde leven van de steenhouwers die eigenlijk zowel lastpaarden als kunstenaars waren. De stenen werden uitgezaagd en met man- en paardenkracht naar boven getrokken. In het begin van de 20ste eeuw werden primitieve rails aangelegd waarop wagons met een lier naar boven werden getrokken.


Naar omstandigheden werden de steenhouwers vrij goed betaald. Vaak werden ze verloond per afgewerkt stuk. Ze werkten ook "maar" 7u per dag wat de helft minder was dan de werkdag van een mijnwerker eind 19de begin 20ste eeuw.



Steen werd volledig bewerkt in open lucht. De meeste bewerkingen gebeurden met de hand, het polijsten gebeurde machinaal. De steenhouwers maakten met riet een geïmproviseerd afdak als bescherming tegen zon en regen. In de 20ste eeuw namen golfplaten de plaats in van het riet. Voor het "fijne" werk gebruikte men.... houten hamers in tropisch hardhout. Die wogen lichter en waren zeer stevig. De eindresultaten zijn vaak echte kunstwerken.


De veiligheidsschoenen van die tijd waren houten klompen. In deze regio waren er dan ook heel wat klompenmakerijen als afgeleide van de steengroeven.

Industrialisatie van de steenwinning

Achter het gebouw ziet u op het eerste zich een hoop stort liggen. Het zijn echter erfstukken uit verschillende steengroeven die hier zorgvuldig bij mekaar gebracht zijn als herinnering aan de hoogdagen van de steenwinning.

Achter aanzicht van de burelen van de steengroeve

Wat vooral opvalt, zijn de stoomkraan en de rijdende laadbrug. Op deze plek werden de blokken bewerkt en vervolgens rechtstreeks op treinwagons geladen. Beide werktuigen stonden oorspronkelijk in andere steengroeven.



Vandaag zijn deze eertijds moderne werktuigen slechts verroeste herinneringen aan een ver verleden.

Ath

Nu we hier toch zijn, maken we ook in het centrum van Ath een stop. Het is wat men noemt een "centrumstad" zoals bv. Aalst of Lier met alle voorzieningen zoals een station en een ziekenhuis. Ik ontdekte hier toch enkele bijzondere plekken die ik u, mijn beste lezer, niet wilde onthouden.